Beside the Ditch.

Duoblog. Vragen, opmerkingen, fanmail en/of lucratieve aanbiedingen: besidetheditch@gmail.com

Error 404: not found.

Stel je voor: je bent mij en je hebt een bijzonder goede dag. En dan opeens, als donderslag bij heldere hemel daalt er een deken van somberheid over je neer. Vanuit het niets voel je je leeg, hulpeloos, overbodig en vooral ontzettend moe.

Bovenstaande gebeurde mij zojuist. Tijdens het lakken van mijn nagels, wat toch een behoorlijk nietszeggende bezigheid is. Dat je dus de nagels van één hand gelakt hebt en geen flikker zin hebt om de andere hand te doen. Het klinkt futiel, en dat is het ook, maar het is heel typisch. Story of my life. Ik wil dingen. Schrijven, geld verdienen en het uitgeven aan schoenen en Stoli. Ik wil mijn waardigheid terug, of neen, ik wil waardigheid. Maar het lukt niet. Ik schrijf een stuk, krijg complimenten, leef op, stort in en doe vervolgens niks meer. Ik kan het niet. Ik wil het niet. Ik moet. De moed om te praten over mijn hersenkronkels heb ik allang niet meer. Er valt niets meer te zeggen. Dit is het. Mijn leven. Ik kan het niet. En ik wil het niet. Maar ik moet.

Insomnia

Nee natuurlijk slaap ik niet. Zoals elke nacht tol ik rondjes in mijn bed. Van de ene op de andere zij, via mijn rug en mijn buik. Ik heb het te warm of te koud. Waar ik overdag mijn demonen nog enigszins in bedwang kan houden, stormen die ’s nachts onbesuisd mijn hoofd binnen. De negativiteit rolt zich als een extra deken over me uit. Ik stel mezelf alle vragen die ik niet kan beantwoorden. En de enige die mijn vragen wel kan beantwoorden, antwoord niet meer. Nooit meer. Ik heb vrienden die in de nacht hun zegeningen tellen als schaapjes. Ik heb geen zegeningen. Niet tijdens de lange uren nadat de zon mij verlaten heeft voor een ander. Net als iedereen mij altijd lijkt te verlaten voor een ander. ’s Nachts, als ik afwisselend naar het plafond en de muur staar, realiseer ik me dat ik er helemaal alleen voor sta. Mijn eigen pathetiek doet me glimlachend huilen. De eenzaamheid dringt zich op als een Italiaanse man op het strand, als je even in bikini een ijsje gaat halen.

Nee natuurlijk slaap ik niet. Daar waar zich normaal gesproken mijn gevoel, mijn levensvreugde en mijn vermogen tot relativeren bevindt, vormt zich een gapend gat zodra ik mijn bed in stap. Ik voel me letterlijk leeg. De vermoeidheid die ik eerder op de dag voelde ligt waarschijnlijk ergens dronken in de goot, naast mijn wil om te leven. Waar de nacht voor anderen een kwestie is van onder de dekens kruipen en hun ogen dicht doen, is het voor mij een exercitie in het onderdrukken van paniek. De ene na de andere mislukking in mijn leven passeert mijn geestesoog. Ik onderdruk de neiging een paar whatsapp’jes de deur uit te doen. Het is vier uur in de morgen, niemand heeft zin om mij uit mijn angstcirkel te praten. En terecht. Ik zou mij ook niet willen spreken, zeker niet op zo’n onooglijk tijdstip.

Nee natuurlijk slaap ik niet. Ik lig in bed met het licht aan om de monsters weg te jagen. Zoals ieder kind weet, bestaan monsters bij de gratie van een donkere slaapkamer. Ik denk aan hoe het nu verder moet. Ik denk aan de mensen die stilletjes uit mijn leven zijn verdwenen en vraag me af hoe het met ze gaat en of ze ooit aan mij denken. En als ze ooit aan mij denken, wat denken ze dan? Vinden ze mij maar ingewikkeld? Hebben ze geen zin om de puinhoop die ik ben op te ruimen? Het is ook veel fijner mensen in je leven te hebben die alleen maar lachen, nietwaar? Ik stel de vragen in mijn hoofd, maar zal ze nooit stellen aan de personen die het betreft. Ik zou niet durven. Ik kom misschien wel stoer over – ooit pleegde ik een oefenzelfmoord van een brug in een dubieus Afrikaans land – maar ik ben bang voor de keiharde waarheid. Ik projecteer mijn eigenwaarde op anderen, dus het komt er op neer dat ik pathetisch ben, een hopeloos geval, talentloos, klasseloos en gespeend van welke vorm van humor dan ook.

Nee natuurlijk slaap ik niet. Pas als de zon opkomt, over een uur of drie, zal ik in een onrustige slaap vallen waarin ik droom over de mensen waar ik de hele nacht over na heb liggen denken. In mijn dromen word ik belachelijk gemaakt. Niemand die me overeind helpt als ik val. Ik ben overal te laat en raak overal verdwaald. Ik droom dat al mijn voormalige vrienden, exen, dode- en levende familieleden in hetzelfde gebouw wonen maar niemand die naar mij wil luisteren of me zelfs maar wil kennen. Ik smeek of ze me alsjeblieft niet alleen willen laten. Of ze bij me willen blijven omdat ik het niet red zonder hen, maar het interesseert ze niet. Ik droom over op hol slaande liften, glazen huizen, de pont van Noord naar de bewoonde wereld die maar niet aanmeert. Maar vooral raak ik de weg kwijt. Altijd maar de weg kwijt. Ik dwing mezelf om wakker te worden. Al die tijd droomde ik maar stond met een been in de echte wereld. Ik besef dat ik huil. Goedemorgen allemaal. Mijn naam is Ilona. En ik huil vooral in mijn slaap.

Inspiratie schminspiratie

Mij is ooit verteld dat een writer’s block niet bestaat. Je gaat zitten en je schrijft. Je denkt niet, je laat je vingers het toetsenbord beroeren en de rest gaat vanzelf. Dit zijn niet mijn woorden maar die van een vriend. Inspiratie is volgens zijn theorie niet nodig. Hij keek er zo zelfvoldaan bij dat ik hem ter plekke alle tanden uit zijn bek wilde slaan. Maar met die uitspraak zei hij meer dan alleen dat. Indirect verklaart het waarom zijn stukken zo ruk zijn. Hersenloos gewauwel van een ongeïnspireerde, werkeloze ex-student met een graad in Nutteloosheidswetenschappen. Als hij een echte studie had gedaan had ik tenminste nog jaloers kunnen zijn. Ik strik met moeite mijn veters, dus zo moeilijk is het niet om indruk op mij te maken.

Enfin, inspiratie dus. Met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid durf ik te stellen dat er al een miljoenmiljard mensen ooit een stuk hebben geschreven over het beangstigende gevoel dat ze niet weten waar ze over moeten schrijven. Daar krijg je viezige blogs van; over seks (guilty as charged!), over het meisje achter Matthijs of over hoe je op een dag je sokkenlade aan een reorganisatie onderwierp. Dat doe ik dus niet. Als ik iets kwijt ben ga ik het zoeken. En ik vind mijn verloren voorwerpen doorgaans onder de vaatwasser. Laatst zocht ik mijn ziel en vond ik, in plaats daarvan, Jezus en mijn kinderbestek. Je kan niet alles hebben.

Het is een kutwoord, inspiratie. Een ontzettend TFOE-in-je-bek-woord. Een grotesk monster dat te pas en te onpas opduikt. Een woord dat ernstig wordt misbruikt door Marqt-frequenterende-bakfietsmoeders met te weinig inhoud en teveel tijd: “Meid, ik ben toch zó geïnspireerd geraakt door dat artikel over erotische-bloemenworkshops in de Happinezz van deze maand. Schijnt het leven tussen de lakens echt een enorme boost te geven. De moeder van Pipa is ook geweest en zij is ly-risch! En wil jij nou nog naar die Bikram-origamiworkshop? Wordt georganiseerd door Gertrude van de ‘Forty and Fabulous-club’. Vrouw, daar moét je heen, dat is echt zó you!”.

Ik háát inspiratie. Inspiratie is gele bloemen. Inspiratie is Kluun lezen op een kleedje in het park. Inspiratie is een glas zoete witte wijn. Het is dood geslagen festivalbier met twee procent alcohol. Een Jillz- en maandverbandreclame in één. Het is Goed Volk. Verschillig. Valeriaanthee terwijl je liever een strip temazepam wegtikt met Stoli uit een longdrinkglas. Inspiratie is constipatie van de vrije gedachtengang. Het is verstikkend en verschrikkelijk kut. Sterf, inspiratie, sterf.


Ilona Elzinga werd voorheen ook wel Gargamel genoemd maar heeft desondanks geen uitgesproken hekel aan Smurfen. Dit is de eerste en tevens laatste keer dat bovengenoemde over zichzelf in de derdepersoon enkelvoud schrijft.

Love me like a river does

Hetgeen ik het meest haat is onzekerheid. Of vooral, de personen die mijn onzekerheid veroorzaken. Hier heb ik geen controle over. En controle is juist datgene wat mij zekerheid biedt. Als ik alles weet, als ik mensen aan een kruisverhoor heb onderworpen om erachter te komen wat ze weten, denken en voelen. Pas dan word ik rustig. Mijn hartslag daalt. De druk op mijn borst neemt af. De gedachten in mijn hoofd gaan van alles verslindende maalstroom naar kabbelend beekje.

Maar ik kan de mensen van wie ik het meest houd, het minst controleren. Ik wil het ook niet eens. Niet echt. Ook al verlangt mijn hoofd dat van mij. Controle is bevestiging. Dat ik belangrijk ben in het leven van anderen. Dat er mensen van mij houden. Om wie ik ben, ongeacht mijn miljarden tekortkomingen. Ondanks mijn grillen. Mijn buien. Dat er mensen om mij kunnen lachen. En dat ze het fijn vinden bij mij te zijn.

Ik zal op de rand van de zon gaan staan of naar het einde van de wereld reizen als dat nodig blijkt om mijn dierbaren gelukkig te maken. Je mag bij mij lachen, huilen, chagrijnig zijn, dansen, honderduit praten en zwijgen.

Mi casa es su casa. Opdat dat andersom ook zo is.

Door: I.E.

Twee weken

Ik ben niet ziek, is wat ik mezelf voorhoud. Ik ben zoals ik altijd geweest ben, alleen dan nog wat depressiever. Nog wat onrustiger, vermoeider, onzekerder. Maar ik ben vooral verdoofd. En bang. Eenzaam. En dat laatste is mijn eigen schuld. Ik stoot iedereen af. Ik zorg ervoor dat iedereen mij haat. Omdat ik dat verdien. Ik haat mezelf immers ook en waarom zou iemand van mij houden zoals ik ben? Dat lijkt mij een onmogelijke opgave. Ik ben bang om mezelf aan iemand te binden want alles gaat altijd stuk in mijn leven en zolang er niemand is kan het ook niet stuk en zal ik geen verdriet hebben. Zolang ik mijn ziel en zaligheid niet bij iemand op de spreekwoordelijke tafel flikker, zolang ik mijn verdedigingsmuur niet afbreek (of op zijn minst de ophaalbrug laat zakken) zal ik ook niet hoeven te rouwen om een verbroken relatie of vriendschap.

De hele dag door voel ik me zenuwachtig. Kilo’s lippenstift gaan er doorheen omdat ik telkens op mijn onderlip kauw. Ondanks dat ik een rasechte einzelgänger ben, voel ik me hulpeloos alleen. En ik haat het. Ik haat het om tot de onvermijdelijke conclusie te komen dat ik dit niet alleen kan doen. Dat ik steun nodig heb, lieve woorden, knuffels en CosmoStolitans. Ik haat mijn medicijnen omdat ze me twee keer per dag confronteren met datgene wat ik het liefste wil vergeten. Ik haat het dat ik mezelf niet kan zien zoals anderen mij zien en ik haat het constante gevoel dat het nooit meer wat wordt met mij. En dat ik niet weet waar ik moet beginnen om er toch nog wat van te maken.

Nog twee weken moet ik Sertraline de kans geven, vond de psychiater. Nog twee weken. Twee weken. Twee weken is een lange tijd als je het leven als een zinloze exercitie beschouwd. Dan ga ik liever twee weken lang elke avond naar een musical. En ik haat musicals. Twee weken. Nog twee weken.

 

Door: I.E.
<3 Jeanique, Angela, Stella, Rianne, Annabel, Chantall.

Seriemoordenaars voor beginners: Ed Gein

Edward Theodore Gein, Ed voor intimi, werd 27 augustus 1906 geboren in La Crosse, Wisconsin. Ik weet niet wat het is met het Amerikaanse platteland, maar de ruimte en rust, en daardoor de mogelijkheid tot grote afzondering, blijken een vruchtbare bodem  te zijn voor een seriemoordenaar in spé. Ed en zijn oudere broer Henry waren dan ook veelal aangewezen op elkaar en op hun ouders. En vooral dit gegeven maakt Gein een psychopaat uit het boekje: kutjeugd gehad door een zeer dominante moeder die haar zonen mishandelde en een alcoholistische vader. Een scheiding kwam niet in de zeer christelijke hoofden van zijn ouders op en ze bleven bij elkaar tot de dood van Gein senior in 1940. Moeder Augusta had een allesverwoestende uitwerking op, met name, Ed. Zo prentte ze haar zoons in dat de wereld een verdorven kutplek was (daar had mevrouw Gein wel een punt), dat alle vrouwen hoeren waren - zij zelf uitgezonderd - en rechtstreeks naar aarde waren gezonden door Satan himself. Ook dwong ze haar kinderen elke dag ellenlange stukken uit de bijbel te lezen. Als de kleine Ed vriendjes probeerde te maken, zorgde moeders er wel voor dat de ontluikende vriendschappen kapot werden gemaakt. Ook andere kinderen dan die van haarzelf waren Satansgebroed die zij, logischerwijs, niet onder haar dak wenste. Uiteraard werd Ed ook gepest op school; als er iemand recht had een anti-pestarmbandje te dragen was hij het wel.

Anyway, na de dood van zijn vader onderhielden de broers hun moeder. Henry maakte zich vooral zorgen om zijn broer en dan met name de relatie tussen Ed en hun moeder, die erg ongezond was. Niet veel later kwam Henry heel toevallig om het leven bij een brand. Men heeft even gedacht dat Ed hier wel wat mee te maken kon hebben maar deze theorie werd snel verworpen. Met twee Geins de pijp uit, bleven moeder en zoon alleen achter. Augusta overleed in 1945 en onze grote vriend bleef alleen achter op de boerderij. Met de dood van zijn moeder verloor Gein complete controle over zijn leven. Hij was zo gehecht aan zijn moeder dat hij niet zonder haar kon leven. Het zal niemand verrassen dat dit het startpunt was voor het ontstaan van de man die later model zou staan voor de personages Leatherface en Norman Bates uit respectievelijk de legendarische horrorfilms the Texas Chainsaw Massacre en Psycho.

In tegenstelling tot wat men denkt is Gein nauwelijks een seriemoordenaar te noemen. Hij vermoordde slechts twee vrouwen en voldoet derhalve maar net aan de door de FBI gehanteerde definitie hiervan. Wat Ed echter wél was, was een fervent grafschender. Hij heeft toegegeven negen graven te hebben leeggehaald van pas overleden vrouwen. Hij nam de vrouwen mee naar huis om ze daar van hun huid te ontdoen en voordat hij het in de gaten had was Ed Gein: Furniture Company Inc. een feit. Van de huid maakte hij lampenkappen, stoelkussens, maskers, een prullenbak, een riem bestaande uit vrouwentepels en een soort bodysuit. Van de schedels maakte hij schalen en hij had er een tweetal ter decoratie bij zijn bed staan. Kan je zeggen wat je wilt, maar origineel is het in ieder geval wel en bovendien was elke dag Halloween bij Ed thuis. Extragratisranzigebonusdetail voor diegenen die daar nu nog behoefte aan hebben: van alle negen vrouwen bewaarden hij de vulvae in een schoenendoos. Overigens had Gein geen seks met de vrouwen, dat vond ‘ie dan weer wel vies. Ongelooflijk maar waar.

 In november 1957 werd Gein gearresteerd na de moord op Beatrice Worden. Gein was als laatste gezien in de winkel van Worden en dus besloot de politie een kijkje te gaan nemen. Eenmaal binnen leek het alsof de agenten rechtstreeks de set van een horrorfilm op waren gelopen. Overal lag troep en in het huis hing de onmiskenbare penetrante lucht van rottende lijken. Eén van de agenten kwam op het lumineuze idee in de schuur te gaan kijken alwaar hij opbotste tegen het lijk van mevrouw Worden. Zij was onthoofd en hing ondersteboven, haar bovenlijf was opengereten als ware zij een pas geschoten hert tijdens deer season.

Het kostte de politie dagen om Gein zover te krijgen een verklaring af te leggen. Ed had absoluut geen inzicht in zijn daden en al helemaal geen wroeging. Vooral bij het praten over het plunderen van de graven veerde hij op en vertelde hij enthousiast. Het is dus niet heel verrassend dat Gein uiteindelijk ontoerekeningsvatbaar is verklaard. Psychologen en psychiaters die hem spraken noemden hem schizofreen en een seksuele psychopaat. Aangezien hij op dat moment niet in staat werd geacht een rechtszaak aan te kunnen verbleef Gein tien jaar in een psychiatrisch kliniek om uiteindelijk, in 1968 alsnog voor de rechter te verschijnen. Ed werd veroordeeld voor moord maar door zijn mentale toestand kreeg hij geen gevangenisstraf, maar kon hij terug naar de kliniek.

Wrang genoeg leefde Ed Gein happily ever after. Hij was gelukkig in de kliniek, hij las veel, pakte zijn oude hobby handenarbeid weer op en kon goed overweg met de andere patiënten. Hij overleed in 1984, aan kanker, en werd begraven naast zijn moeder op dezelfde begraafplaats waar hij decennia daarvoor vrouwen uit hun graf roofde. De families hebben nooit gerechtigheid gekregen, Gein zat niet in de gevangenis maar had een relatief rustig leven terwijl zij verder moesten in de wetenschap wat er met hun vrouwen, moeders, dochters en vriendinnen was gebeurd. Daderknuffelen manifesteert zich in the land of the free vast anders en minder dan hier, maar Ed Gein is het bewijs dat het wel degelijk voorkomt. En dat het, hoe dan ook, ontzettend oneerlijk is.

De pornomep: en negen andere sneue pornoclichés

Dat vrouwen ook porno kijken, weten we allang. Dat ze dat vaker doen dan mannen vermoeden, weten we ook alweer een tijdje. En dat mannen porno kijken lijkt evident aan het man-zijn. En daar is helemaal niets mis mee, c’est ça. Doen wij helemaal niet moeilijk over. Echter schijnen sommige mannen te denken dat het oké is allerlei pornoclichés zonder enig overleg los te laten op hun bedgenoten, kennelijk in de overtuiging dat het normaal is. En dat is het natuurlijk ook, alle vrouwen vinden zaad in hun ogen bloedgeil. Not. Daarom presenteren wij u, met gepaste trots, de top tien sneue pornoclichés. Read and learn, kids.

1.    De pornomep (dixit @Weghs).
De ontzettend geile tik op de vrouwelijke bil. Veel mannen hebben last van deze reflex, wat op zich prima is, ware het niet dat sommigen dit te pas en te onpas doen. De één doet een laf bitchslapje, de ander geeft een keiharde mep: alsof ze een schnitzel platslaan. Vooral de laatste variant is niet geil; dat is een pornomep omdat het moet. Op RedTube doen ze dat ook altijd dus dan zal dat wel horen. Tja, in de film beginnen alle telefoonnummers ook met 555 en betaalt niemand voor z’n drankje. Just sayin’.

2.    Anale fixatie.
In pornofilms gaat het altijd heel makkelijk, anale seks stelt geen reet voor en ze doen het (bijna) allemaal. Soms zelfs zonder een spoor van glijmiddel, althans niet zichtbaar. In de praktijk werkt het toch allemaal net even anders. Het is niet oké om zonder enig overleg richting  achteruitgang te manoeuvreren. Niets irritanter dan de ‘per ongeluk in je kont neuker’. Het doet pijn en is een hinderlijke onderbreking. Doe. Het. Niet. Als je zo graag anale seks wilt, vraag het even: iedereen neukt zich suf maar niemand lult erover. Zeg wat je wil. In tegenstelling tot wat men denkt kunnen vrouwen geen gedachtelezen. Echt niet.

3.    Sperma is geen chardonnay (dixit @electricluna).
Op het gehele internet wordt er op jaarbasis een miljoenmiljard kuub sperma weggetikt. Stel je eens voor, oceanen vol halffabricaatjes. In talloze films is dit doodnormaal en bloedgeil, maar dat betekent nog niet dat iedere onenightstand hier op zit te wachten. Ook niet iedereen vindt het lekker, sterker nog, het kan bijzonder ranzig zijn. En hoe slechter je leeft (roken, alcohol, junk food) des te viezer het wordt. Ons advies? Ananas. Omarm de ananas. Jenna Jameson zegt dat het goed is, en zij weet dingen.

4.    Het klusjesman-effect.
“Hoi, ik kom je koelkast/cv-ketel/gootsteenverstopping repareren. Wat is het warm hier in huis?” “Ja dat vond ik ook al, wacht ik trek even mijn kleren uit. Och, kijk nou! Heb ik toch zomaar mijn allermooiste lingeriesetje aan, inclusief kousen en jarretels. Toe-val-lig!” “Neuken?” “Ja, is goed”. Zo gaat het dus niet in het echte leven. Je verwacht het niet! Dus nee, wij komen niet op stel en sprong naar je huis, midden in de nacht, terwijl we elkaar alleen online kennen. Echt niet. Het lijkt ons handiger iemand eerst te ontmoeten op een andere plek dan thuis, want wat nou als we elkaar verschrikkelijke klootzakken vinden? Misschien slaan we wel binnen een kwartier elkaar de hersens in. En dat is weer een hele andere categorie porno, het soort waar wij niet echt warm voor lopen. Mannen zullen dit vast afdoen als wijvengezeik. So be it, dan maar een wijf.

5.    Facials.
Bij het woord facials denken veel meisjesvrouwen aan een gezichtsbehandeling bij een luxe cityspa. Dat is het ook, feitelijk. Volgens onze goede vriendin Jenna - eerder in deze top tien al opgevoerd als zijnde zeer betrouwbare bron -  is sperma heel goed voor je huid. Dat zal wel, maar wij zien onszelf niet een kwartiertje lang rondlopen met een lading zaad op onze gezichtjes. Dat is toch wel een beetje een brug te ver. Ook een nadeel van een gezicht: er zitten ogen in. Sperma en ogen is een vervelende combinatie, ook al doet het Grote Boze Internet je anders vermoeden. Dus mannen: let een beetje op; anders heeft je vriendin heel wat uit te leggen bij de koffieautomaat op haar werk.

6.    Trio’s.
Wij vragen ons ernstig af waarom mannen zo graag trio’s willen. En dan vooral een trio met een andere vrouw “want ik ben echt geen homo ofzo”. Ja, nee, logisch. Wij vrouwen zijn dat natuurlijk wel, en anders zijn wij toch op z’n minst biseksueel nietwaar? Het idee dat vrouwen net zo min seks willen met een andere vrouw als hij met een man, komt kennelijk niet in hem op. Een kern van waarheid zit er natuurlijk wel in, getuige de vele vrouwen die weleens met hun beste vriendin gezoend hebben. Maar voor ons vrouwmensen is recreatief zoenen met een vriendin iets totaal anders dan met haar naar bed gaan. Wij hebben dat ook ooit gedaan en ondanks dat zoenen met een vrouw best heel erg oké is, kregen wij daar geen speciale gevoelens bij in de rest van ons lichaam. Niet zoals dat gebeurt als je zoent met een man. Ergo: vrouwen gaan op intiem vlak wat losser met elkaar om dan mannen, maar dat zegt niks. Sorry heren.  

7.    De standaard volgorde.
Nog zo’n fijne bijwerking van teveel porno kijken: de standaard volgorde. Pijpen, eventueel beffen maar heel vaak ook niet, neuken in twintig standjes soms ook anaal, en dan trekt de man zich af waarna zijn sperma rijkelijk vloeit over haar tieten (al dan niet modelletje tennisballen), gezicht, of in haar mond. Dat is het wel zo’n beetje. Niet heel spannend als je dit elke keer doet, dunkt ons. Dan wordt zelfs de beste seks op ten duur saai. Voordeel: tijdens het hebben van saaie seks kun je boodschappenlijstjes maken of bedenken wat je vanavond gaat eten.

8.    Mijn clitoris zit niet in mijn huig.
Nee heren, daar zit ‘ie echt niet. Niet dat we je niet willen pijpen, nee, dat kan prima indien je geen groentetuin in je voorhuid kweekt. Door uitgebreid in de leer te gaan bij onze gay best friend hebben we gepoogd de fijne kneepjes van de fellatio ons eigen te maken. Maar verwacht niet dat je een uur lang fantasieloos tegen onze huig kunt rammen. Dat is niet zo geil. Tenzij je besluit om dit in standje 69 te doen en ons onderwijl hevig cunnilingust. It’s up to you.

9.    Schreeuwend klaarkomen.
Nondeju, er wordt wat afgegild in porno. Vraag je je al af waarom jouw onenightstand niet de buurt bijeen krijst? Nou, dat komt omdat we niet zomaar klaarkomen. Niet als je langdurig in ons gezicht swaffelt tot je klaarkomt. Niet als je zonder glijmiddel 200 keer per minuut in onze kont stoot. We komen ook niet magisch klaar als jij klaarkomt. Die telepathische verbinding bestaat alleen in porno en slechte B-films. Wil je een echt orgasme zien? Kijk eens naar ‘This film has not been rated yet’. Ongemakkelijk? Het wordt stukken leuker als je gaat oefenen en ons zo’n ongegeneerde kreunsessie bezorgt. Met een beetje mazzel laat je ons in 2013 alsnog gillen.

10.    Raar maar haar.  
Ah, je denkt in bed te kunnen klagen over een verdwaalde haar, een stoppel of onze ruwe pootjes? Want die pornomadams zijn altijd zo lekker glad ende haarloos, toch!?! Uiteraard, maar realiseert u zich ook dat deze mevrouwen hullie inkomen totaal afhankelijk is van uiterlijk vertoon? Geloof ons, als ons geld en ons leven er vanaf hing, waren wij ook continu gewaxt, gebleekt en hadden we een gespraytande kut. Helaas werken wij ook gewoon voor ons geld. Die tijd kunnen wij dus niet aan sexual body grooming besteden. Alleen volledige gescrubde, geboende en getrimde mannen hebben recht op enig klaagwerk. De restgroep nemen wij graag een keer mee naar de waxsalon.

 

Door: I.E. en X.Y.

Seriemoordenaars voor beginners: Jeffrey Dahmer

I just get angry with other people who think they have a right to somehow try to blame my parents for what happened. That’s not right at all. No one has the right to do that because they’re totally innocent. They had no knowledge of it. And that angers me. There comes a point where a person has to be accountable for what he’s done. Can’t go around making excuses, blaming other people or other things. So I alone am the one who is responsible for what’s happened. The only motive that there ever was, was to completely control a person - a person I found physically attractive. And keep them with me as long as possible, even if it meant just keeping a part of them.”

Bovenstaande woorden werden uitgesproken door een heel rationeel ogende mijnheer. Iemand die verantwoordelijkheid neemt, zich bewust is van zijn daden. De mijnheer in dit televisie-interview is Jeffrey Dahmer. In de Verenigde Staten is Dahmer niet zomaar iemand, hij is een begrip. Zeg je seriemoordenaar, dan zeg je Dahmer. Zijn eerste moord pleegde hij toen hij nog bij zijn ouders woonde, hij pikte een lifter op en nam hem mee naar huis. Aldaar dronken Dahmer en de lifter (Steven Hicks, 19) wat en hadden seks. So far, so good. Totdat Hicks duidelijk maakte dat hij weg wilde. Toen sloegen bij Dahmer de stoppen door en hij vermoordde de jongen met een doeltreffende klap op zijn hoofd. In plaats van in paniek te raken bleef Dahmer rustig, ontleedde het lichaam en begroef de resten in de tuin.

Het zou maar liefst negen jaar duren voordat hij opnieuw toesloeg. Dahmer woonde inmiddels bij zijn oma in Milwaukee. In de drie jaar dat hij bij haar woonde, van 1987 tot 1990, pleegde hij vier moorden. In deze periode ontwikkelde hij zijn M.O. (modus operandi): hij pikte mannen op in homobars en –sauna’s, nam ze mee naar huis alwaar hij ze drogeerde en wurgde. Later zou hij verklaren dat hij dat deed omdat hij zijn slachtoffers geen pijn wilde doen. Na de wurging had hij seks met het lijk waarna hij het stoffelijk overschot naar de kelder sleepte om daar het lichaam in stukken te hakken, in vuilniszakken te stoppen en ze – letterlijk – bij het vuilnis te zetten. Uiteindelijk zette zijn oma hem uit huis vanwege zijn onduidelijke nachtelijke activiteiten gepaard met de rare lucht die uit de kelder kwam.

Eenmaal los van enig sociale controle door zijn ouders of oma verloor Dahmer de totale controle over zijn driften. In 1990 vermoordde hij vier mannen, in 1991 maakte hij acht slachtoffers. Aangezien de lichamen zich opstapelden in huize Dahmer kocht hij een groot vat en vulde deze met zoutzuur, de lichamen werden in mootjes gehakt en in het vat gegooid. Als de lichamen waren opgelost spoelde hij ze door het toilet. Ook kookte hij sommige lichaamsdelen totdat de huid losliet en maakte van de schedels een altaar. Hij mummificeerde het hoofd van een van zijn slachtoffers en van sommigen bewaarde hij de penis op sterk water. Tevens begon hij in deze periode stukjes van de mannen op te eten. Dit alles deed hij om een vrij eenvoudige reden: hij wilde zijn slachtoffers bij zich houden. Wat precies dezelfde redenatie is die hem ertoe dreef Steven Hicks, de lifter, te vermoorden: doodeenvoudige verlatingsangst. Maar dan wel een extraordinaire, bizarre, extreme, batshit insane versie daarvan.

Omdat hij het wel fijn vond als zijn slachtoffers in levende toestand bij hem bleven, bedacht hij een geniale oplossing: als hij nou een gaatje boorde in de schedel van zijn gedrogeerde slachtoffer en er dan zoutzuur in liet lopen? Zou het dan kunnen zijn dat de mannen in willoze zombies veranderde waar hij al zijn seksuele fantasieën op kon botvieren? Verbazingwekkend genoeg werkte dit experiment niet en hielden de ‘zombies’ het allen nog geen dag uit om dan alsnog te sterven, wat dan wel weer opmerkelijk is voor zombies.

Enfin, al die tijd kon Dahmer lekker zijn gang gaan omdat er niemand op hem lette. Het duurde tot de zomer van 1991 voordat hij eindelijk gepakt werd. Tracy Edwards was het beoogde slachtoffer, deze wist Dahmer meerdere keren in zijn maag en op zijn hoofd te stompen om vervolgens het appartement uit te rennen. Buiten lukte het hem een patrouillerende politiewagen staande te houden. In het appartement vonden de agenten stapels polaroids van geamputeerde lichaamsdelen, het stinkende vat zuur met daarin drijvende stukken mens, enkele hoofden in de vriezer en verscheidene lichaamsdelen in de koelkast. De media waren er als de kippen bij om het leeghalen van het appartement te filmen, waardoor de casus Dahmer toch weer net even wat realistischer wordt.

Na zijn arrestatie sprak Dahmer zes weken lang met de politie. Hij gaf zijn drankverslaving de schuld, huilde en was boos. Hij wilde zelfmoord plegen maar was ook opgelucht dat hij nou eindelijk open kon zijn over zijn daden. Hij voelde schuld en vertelde de rechercheurs dat hij meerdere keren zwoer het nooit meer te doen maar dat hij soms al binnen een maand weer zwichtte voor zijn driften. Als een soort junk die zweert nooit meer te gebruiken maar binnen de kortste tijd weer opzoek gaat naar een shot. Tijdens de rechtszaak verklaarde hij niet schuldig te zijn omdat hij zichzelf ontoerekeningsvatbaar vond. Daar dacht de rechtbank echter anders over en verklaarde hem ‘legally sane’, Dahmer zou zijn straf in een normale gevangenis moeten uitzitten. Uitzitten is in dezen wellicht niet een heel goede term: hij kreeg 957 jaar gevangenisstraf voor 15 moorden.

Voor wat betreft zijn mentale toestand resten slechts speculaties. Volgens Martens en Palermo (2005) zou hij leiden aan antisociale-persoonlijkheidsstoornis en zou zijn eenzaamheid hebben bijgedragen aan zijn gedrag en de stoornis hebben verergerd. We zullen het nooit weten. In november 1994 sloeg een medegevangene Dahmer’s schedel in met een ijzeren staaf terwijl ze de gevangenissportschool schoonmaakten. Hij overleed op weg naar het ziekenhuis aan ernstig hoofdletsel. Hij werd 34 jaar oud en dat is ouder dan de meesten van zijn slachtoffers.

 


Door: I.E.  Dit is deel twee van de serie (hebbie ‘em?!) “Seriemoordenaars voor beginners”. Suggesties met betrekking tot dit onderwerp kunt u mailen naar besidetheditch@gmail.com. Vragen, opmerkingen of lucratieve aanbiedingen mogen ook naar dit adres.

Seriemoordenaars voor beginners

Mijn fascinatie voor seriemoordenaars begon ongeveer tien jaar geleden. Ik zag een documentaire op televisie over Ed Gein en zijn meubelfabriekje. Ik heb werkelijk geen idee meer waar ik deze documentaire zag en hoe deze heette, maar wat ik wel weet is dat ik toen ben gaan zoeken. Ik bracht veel tijd door met het bestuderen van - met name Amerikaanse - seriemoordenaars: John Wayne Gacy, Ted Bundy, the Boston Strangler, eerder genoemde Ed Gein, Albert Fish, et cetera. Ik wilde vooral weten waarom ze deden wat ze hebben gedaan. En waarom dit in hun ogen gerechtvaardigd was. Kennelijk is de waarde van een mensenleven nihil voor deze mensen. Ze hadden en hebben er totaal geen moeite mee een persoon te doden als dat leidt tot het bevredigen van de eigen behoeften.

Wij, mensen die niet moorden, zien bovenstaand gedrag niet graag als menselijk. Het ogenschijnlijk ‘zomaar’ vermoorden van de medemens is te idioot om te (willen) begrijpen. Daarmee doen wij in feite hetzelfde als degenen die wij zo verachten; we dehumaniseren ze. We maken ze minder menselijk door ze als beest te portretteren zodat we een duidelijke scheiding aan kunnen brengen tussen wij en zij. Zij die doden, niet uit zelfverdediging, maar omdat ze het willen. Omdat ze het nodig vinden. In hun hoofd is de reden van het moorden soms een geldige, omdat ze een psychose hebben en ervan overtuigd zijn de mensheid een dienst te bewijzen. Zoals bijvoorbeeld Herbert Mullin, hij geloofde dat hij door het doden van mensen aardbevingen kon voorkomen. Helaas voor zijn dertien slachtoffers ligt Californië op een breuklijn en komen aardbevingen regelmatig voor. Soms is er alleen een seksuele component; dat kan zijn het verkrachten en/of martelen van een persoon voor en/of na de moord puur voor seksuele gratificatie. Er is meestal een bepaalde trigger in het spel, een trauma waardoor de persoon aan het moorden slaat, bij Ed Gein was het overlijden van zijn intens dominante moeder een bepalende factor. Veel seriemoordenaars zijn in hun jeugd misbruikt, mishandeld of ernstig verwaarloosd.

Maar misbruik, mishandeling en verwaarlozing an sich maakt nog geen seriemoordenaar. Als dat wel het geval zou zijn zouden er veel meer rondlopen. Een seriemoordenaar is pas een seriemoordenaar als de persoon meer dan twee personen vermoord met hiertussen een afkoelingsperiode. Een seriemoordenaar moet men overigens niet verwarren met een spree killer, die geen afkoelingsperiode kent en er vaak ook geen Modus Operandi (M.O.) op nahoudt. Eén van de interessantste seriemoordenaars vind ik Jeffrey Dahmer. Dahmer vermoorde zo’n zeventien jonge mannen in de leeftijd van veertien tot dertig. Het overgrote deel van hen pikte hij op in een bar, nam ze mee naar huis, drogeerde ze en wurgde ze daarna. Vervolgens had hij seks met het dode lichaam. Delen van het lichaam zoals de schedel en de penis bewaarde hij op sterk water - uitermate geschikt voor Halloween als decoratie op de vensterbank of de schoorsteenmantel, superleuk. Ook at hij delen op. De rest van het lichaam begroef hij of loste hij op in zoutzuur. 

Dahmer was dus niet alleen een seriemoordenaar, maar ook nog necrofiel en kannibaal. Je zou denken dat dat wel genoeg krankzinnigheid is voor één persoon, maar niets is minder waar. Hij had het bizarre idee opgevat om te proberen zijn slachtoffers in leven te houden, maar dan zonder eigen wil. Een soort onderdanige zombies waarop hij zijn seksuele fantasieën kon botvieren. Hij drogeerde ze zoals te doen gebruikelijk en boorde daarna een gaatje in hun schedel (lobotomiestijl) om vervolgens in het gat zoutzuur te doen. Uiteraard overleefde de slachtoffers dit totaalbizarre experiment niet, hoewel Dahmer beweerde dat sommigen nog een paar dagen leefden om vervolgens alsnog te sterven. Wat natuurlijk heel vreemd is, sinds wanneer ga je nou weer dood aan zoutzuur in je kop?

Enfin, de reden dat ikzelf - goddank - nimmer een seriemoordenaar zal worden is veel simpeler te bedenken dan waarom ik dat wel zou worden. Ik heb een fijne, warme jeugd gehad. Ik ben in staat empathie te tonen en spijt te hebben van dingen die ik verkeerd heb gedaan. Ik heb nooit de onbedwingbare neiging gevoeld mijn kat te verhangen, trok geen pootjes uit spinnen of vleugels van bromvliegen en ik heb ook al nooit mijn konijn uit het raam gegooid. Ik ben niet seksueel gefrustreerd. Ik ben niet psychotisch en ook nooit geweest. Ik voel geen vlinders in mijn buik bij het zien van een lijk en het idee het leven uit iemands ogen te zien verdwijnen jaagt mij angst aan. En… ik ben vrouw.

Er zijn weinig vrouwelijke seriemoordenaars, of nu ja, er zijn er weinig bekend is misschien een betere formulering. Feit is dat vrouwen meer geduld hebben, subtieler zijn en niet graag troep maken dan wel achterlaten. Vrouwen moorden vaak met gif of dienen een overdosis van het een of ander toe. Als een forensisch-patholoog niet weet dat hij moet zoeken naar een specifieke stof, dan is de kans dat het gevonden wordt vrij klein. Ook prikgaatjes zijn niet zichtbaar. Het zou derhalve best wel kunnen dat er veel meer vrouwelijke moordenaars zijn dan wij weten. Opvallend genoeg kent Nederland, van de vier seriemoordenaars die bekend zijn, één vrouwelijke seriemoordenaar. Maria Swanenburg, overleden in 1915, vermoordde ongeveer 30 mensen door ze te vergiftigen met arsenicum. Eén van de bekendste en meest fascinerende vrouwelijke seriemoordenaar is wel de hardwerkende jonge meisjes-enthousiasteling Erzsébeth Báthory. De Hongaarse gravin martelde en vermoordde naar schatting zo’n 650 meisjes, maar werd slechts veroordeeld voor tachtig. Het bijzondere aan Báthory is dat zij moordde uit lust (seksueel misbruik maakte onderdeel uit van haar martelreportoire) en tevens uit ijdelheid (ze geloofde dat het bloed van de maagden haar jong en mooi hield).

Het fascinerende aan seriemoordenaars vind ik hun redenatie. Hun gebrekkige empathische vermogens en hun onmogelijke logica. Dit is wie ze zijn, ze voelen zich superieur aan anderen omdat ze in staat zijn anderen hun leven te ontnemen. Een soort misplaatst Godcomplex. Ze vinden het fijn de totale controle te hebben over iemand. Sommige van hen zijn zo gestoord dat ze niet in staat zijn uit te leggen waarom ze hebben gemoord, sommigen genieten ervan de nabestaanden in het ongewisse te laten over het hoe en waarom. Zijn wij allen in staat tot moord als we in de juiste positie worden gemanoeuvreerd? Ja, dat denk ik wel. Zijn wij allen in staat tot het doelbewust vermoorden van medemensen omdat wij hiertoe een plotselinge, onbedwingbare neiging voelen? Neen. Dat denk ik niet. Goddank.

 


Door: I.E.  Dit is deel één van de serie (hebbie ‘em?!) “Seriemoordenaars voor beginners”. Suggesties met betrekking tot dit onderwerp kunt u mailen naar besidetheditch@gmail.com. Vragen, opmerkingen of lucratieve aanbiedingen mogen ook naar dit adres. Huwelijksverzoeken worden niet in behandeling genomen tenzij je rijk bent en heel knap. Dat was het. Nu mogen jullie weer iets voor jezelf gaan doen.

Bang

Bang. Bang voor het donker. Bang om te gaan slapen. Bang voor de dood. Bang dat iedereen doodgaat. Bang dat iedereen weg gaat. Bang zonder reden. Bang dat iemand inbreekt. Bang dat ik iets verkeerds zeg. Bang om in paniek ’s nachts wakker te worden. Bang voor de hartkloppingen. Bang voor de mensen die me niet geloven. Bang voor het bang zijn. Bang dat het nooit meer overgaat. Bang voor eindeloze bangigheid.

Heb ik die deur nou op slot gedaan? Bang voor een inbreker. Deur controleren. Ja, in het slot. Heb ik wel berichtjes? Op mijn telefoon kijken. Op mijn twitter kijken. Op mijn facebook kijken. Bang dat niemand me meer leuk vindt. Reageert er nog wel iemand? Gelukkig, reactie op mijn grap. Nog een keer mijn telefoon checken. En nog een keer. Nog een keer. Nog een keer. Nog een keer. Nog een keer. Nog een keer. Oh nee, spanning. Spanning neemt toe. Even door met internetten. Duizenden gedachten. Van alles uit willen zoeken. Maar wat het liefst? Ah, onderwerp gevonden. Zoeken. Zoeken. Zoeken. Obsessief zoeken. Wat, is er alweer een uur voorbij? Nog meer spanning. Door met zoeken. Zoeken. Zoeken. Ik ben er bijna. Spanning. Pijn. Pijn van binnen. Op de bank. Wachten. En nog meer wachten. Wachten. Wachten. Wachten. Zit ik hier nou uren? Hoezo stopt dit niet? Pijn. Kiespijn. Kiespijn van de ziel. Ik voel het overal. Houdt dit niet op? Denken. Denken. Gedachtevlucht. Dit duurt lang. Ik kan alleen wachten. Niks doen. Lezen kan niet. Tv kijken kan niet. Lijden. Nog meer lijden. Lijden. Alsof een open zenuw met een pincet wordt vastgeknepen. Ik wil een andere pijn. Ja! Andere pijn. Welke pijn? Lichamelijke pijn. Mijn huid pakken. Nagels erin. Even heeeeel hard knijpen. Aaah. Verlichting. Voelt goed. Even niet die ziele-kiespijn. Oh nee, niet doen. Dit hoort niet. Niet meer knijpen. Wachten. Wachten. Wachten. Wachten. Uren wachten. Voor me uit kijken. Hoe zou het leven zijn zonder deze pijn? Ik wil dat het ophoudt. Gewoon ophoudt. Dan er maar niet meer zijn. Even niet voelen. Even niet zijn. Nee! Nee, ik wil leven. Dan maar lijden. Hoewel…… Nee. Leven!

En maar wachten, wachten, wachten. Tot ik straks weer gewoon bang kan zijn.

Door: X.Y.